Tussen 22 juni en 5 juli 2026 overleden tijdens een extreme hittegolf met code rood ruim 900 mensen meer dan in een gewone periode, blijkt uit een inventarisatie van het RIVM. Het instituut noemt het “zeer aannemelijk” dat hitte hierbij een rol speelde, al zijn de exacte doodsoorzaken onbekend. In de week van 22 tot 28 juni werd de oversterfte vastgesteld op 586, ruim honderd meer dan een eerste schatting aangaf.
Vooral mensen ouder dan 80 jaar vielen, in alle regio’s van het land. De meeste extra sterfte deed zich voor in het warmere zuiden en oosten. Volgens het RIVM verergerde smog tijdens de hittegolf de gezondheidsbelasting voor mensen die al kwetsbaar waren, en kunnen ook na de hitteperiode zelf nog overlijdens optreden als gevolg daarvan.
Vergelijking met eerdere hittegolven
Het aantal van ruim 900 is hoger dan bij eerdere extreme hittegolven. Bij de hittegolf van 2019 werden naar schatting 400 extra doden geteld, in 2020 waren dat er ongeveer 500. De cijfers zijn schattingen op basis van oversterfte, het verschil tussen het werkelijke aantal overledenen en het verwachte aantal in een normale periode.
Die stijgende reeks lijkt op het eerste gezicht te wijzen op een verslechterende situatie. Een RIVM-evaluatie van het Nationaal Hitteplan biedt echter een tegenwicht: die laat zien dat het risico om als individu aan hitte te overlijden sinds de invoering van het plan juist is afgenomen.
Wat het Nationaal Hitteplan doet
Het Nationaal Hitteplan bestaat sinds 2007 en werd in 2010 voor het eerst geactiveerd. Het plan waarschuwt zorgverleners, mantelzorgers en de bevolking bij naderende hitte, zodat kwetsbare mensen bijvoorbeeld extra water krijgen aangeboden of gecontroleerd worden op uitdroging.
RIVM-onderzoek dat de periode 2000-2009 vergelijkt met 2010-2019, toont dat de kans om door hitte te sterven in het tweede tijdvak is gedaald, vooral onder ouderen, vrouwen en bewoners van buurten met lagere inkomens. Volgens een analyse van Weer.nl is de oversterfte tijdens zeer warme periodes sindsdien ongeveer gehalveerd. Dat wijst op een maatregel die aantoonbaar werkt op het niveau van individueel risico.
Waarom het totaal toch kan groeien
Een dalend risico per persoon vertaalt zich niet automatisch in minder doden in totaal, omdat de groep mensen die het meeste risico loopt, in aantal groeit. Mensen boven de 75 vormen de belangrijkste kwetsbare groep: hun lichaam regelt de temperatuur minder goed, ze zweten minder en voelen minder snel dorst. Chronische patiënten met hart-, vaat- en longziekten lopen extra risico omdat hitte hun klachten kan verergeren.
Nederland telde in 2023 ruim 1,6 miljoen inwoners van 75 jaar en ouder. Het CBS verwacht dat dit aantal oploopt tot bijna 3 miljoen in 2050, een verdubbeling binnen ongeveer 25 jaar. Diezelfde RIVM-evaluatie laat een concreet voorbeeld zien van hoe die vergrijzing het effect van een lager risico kan opheffen: onder 90-plussers daalde de kans om aan hitte te overlijden tussen de twee onderzochte periodes, maar het geschatte aantal doden in die leeftijdsgroep bleef gelijk. De groeiende omvang van de groep compenseerde het gedaalde risico per persoon.
Die twee bewegingen samen, een dalend risico en een groeiende risicogroep, verklaren waarom de hittecijfers van 2026 hoger kunnen uitvallen dan die van 2019 of 2020, zonder dat dit betekent dat het beleid minder effectief is geworden. Het laat ook zien waarom een enkel dodental over hittegolven heen moeilijk te vergelijken is zonder de leeftijdsopbouw van de bevolking erbij te betrekken.
Bredere temperatuurtrend
De hittegolven van de afgelopen jaren vinden plaats tegen een achtergrond van opwarming. De gemiddelde jaartemperatuur in Nederland is sinds 1901 met ruim 2 graden Celsius gestegen, en in de laatste dertig jaar met gemiddeld 1,1 graad. Daarmee warmde Nederland ongeveer twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde.
Wat nog niet bekend is, is de exacte doodsoorzaak van de mensen die tijdens deze hittegolf zijn overleden; het RIVM spreekt over oversterfte en aannemelijkheid, niet over vastgestelde causale sterfte door hitte bij individuele patiënten. Ook is nog niet gepubliceerd hoe de cijfers van deze hittegolf zich precies verhouden tot de risicoschattingen uit de evaluatie over 2000-2019, omdat die evaluatie een ander tijdvak beslaat.
De combinatie van een ouder wordende bevolking en een klimaat dat sneller opwarmt dan het wereldwijde gemiddelde, betekent dat de druk op preventieve maatregelen als het Nationaal Hitteplan eerder toeneemt dan afneemt. Een gelijk blijvend of dalend risico per persoon is dan niet voldoende om het totale aantal hittedoden omlaag te krijgen, zolang de omvang van de kwetsbare groep zelf blijft groeien.
