Een olietanker vaart door de Straat van Hormuz terwijl op de achtergrond rook en militaire activiteit zichtbaar zijn.
Openverse
Economie

Escalatie bij Straat van Hormuz herhaalt oud patroon, cijfers tonen nieuwe

VS en Iran vallen elkaar al negen nachten aan, olie boven 90 dollar. Historie en cijfers over diesel, Ryanair en reserves laten zien hoe deze schok verschilt van eerdere crises.

De Verenigde Staten hebben Iran voor de negende nacht op rij aangevallen, gericht op militaire commandocentra, luchtverdediging en communicatienetwerken. Iran sloeg terug richting Bahrein, waar de Amerikaanse marine een basis heeft, en boven Koeweit klonken explosies. Volgens het Iraanse staatspersbureau IRNA kwam in Tabriz minstens één persoon om het leven; de aanvallen volgden op het weekend waarin drie Amerikaanse militairen omkwamen, onder meer bij een aanval op een basis in Jordanië.

De olieprijs (Brent) steeg daardoor boven 90 dollar per vat, voor het eerst in een maand, met een stijging van 2,5 procent op maandag alleen al. Het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz, de nauwe doorgang waar volgens tankerroutes een groot deel van de wereldwijde olie doorheen gaat, ligt grotendeels stil.

Een zeestraat die al eeuwen strijd oproept

De huidige blokkade is geen unieke gebeurtenis. De Straat van Hormuz vormt al eeuwenlang een strategisch strijdpunt, van oude beschavingen tot de Tankeroorlog van 1987-1988 tussen de VS, Irak en Iran. Ook toen werden tankers doelwit van aanvallen en escorteerde de Amerikaanse marine koopvaardijschepen.

De huidige escalatie kent een directe voorgeschiedenis: na de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran van 28 februari 2026 verklaarde Iran de zeestraat al eerder gesloten en viel het op grotere schaal schepen aan. De gebeurtenissen van de afgelopen dagen zijn daarmee een voortzetting van een conflict dat al maanden aan de gang is, niet het begin ervan.

Wat de rekening voor bedrijven en consumenten betekent

De doorwerking naar de reële economie is inmiddels meetbaar. De dieselprijs voor grootverbruikers in Nederland steeg van 1,74 euro eind februari naar een record van 2,15 euro per liter op 19 maart 2026, een stijging van ongeveer 20 procent in minder dan drie weken.

Ryanair meldde een winstdaling van 34 procent tot 593 miljoen euro voor belasting, veroorzaakt door hogere brandstofkosten en terughoudende passagiers vanwege het conflict. De omzet van de maatschappij bleef vlak, wat volgens de cijfers wijst op noodzakelijke prijsverlagingen om vraag op peil te houden.

Het Internationaal Monetair Fonds hanteert als vuistregel dat elke 10 procent stijging van de olieprijs de mondiale inflatie met 0,4 procentpunt verhoogt en de economische groei met 0,15 procentpunt drukt. Volgens een analyse van vermogensbeheerder Auréus steeg de olieprijs in twee weken van ongeveer 70 naar bijna 120 dollar per vat, wat op basis van die vuistregel een aanzienlijke macro-economische impact zou betekenen als dat niveau aanhoudt.

Reserves en gewenning temperen de schok

Tegenover die cijfers staan factoren die de klap dempen. Het Internationaal Energieagentschap besloot tot vrijgave van 400 miljoen vaten uit strategische reserves van 32 lidstaten, meer dan het dubbele van wat werd vrijgegeven na de Russische invasie van Oekraïne in 2022, aldus Auréus.

De futuresmarkt, waar handelaren nu al prijzen afspreken voor levering in de toekomst, prijst voor het einde van dit decennium een olieprijs van circa 70 dollar per vat in. Dat ligt ruim onder de huidige spotprijs van ongeveer 100 dollar, wat volgens de analyse duidt op een tijdelijke risicopremie in plaats van een blijvend hogere prijsbasis. Inflatieswaps laten bovendien zien dat de langetermijninflatieverwachtingen nagenoeg onveranderd blijven, ook al raakt de huidige prijsstijging de kortetermijninflatie wel degelijk.

Een andere dempende factor is de energie-intensiteit van ontwikkelde economieën, die sinds de jaren zeventig sterk is gedaald door efficiëntere motoren, betere isolatie en de verschuiving naar dienstensectoren. Daardoor is de huidige schok volgens die analyse relatief beter beheersbaar dan tijdens de oliecrises van 1979 of 2008, ondanks vergelijkbare procentuele prijsstijgingen.

Tegelijk zijn de omstandigheden nu op andere punten minder gunstig dan tijdens de energiecrisis van 2022: de rente ligt hoger, bedrijven hebben minder liquiditeit en de Europese gasvoorraden zijn lager. Daar staat tegenover dat de energieprijzen op dit moment lager liggen dan bij aanvang van die eerdere crisis, aldus ABN AMRO.

Onzeker blijft hoe lang de huidige escalatie en de blokkade van de Straat van Hormuz zullen duren. Dat onderscheid is bepalend voor welk scenario zich voltrekt: een olieprijs die terugvalt naar de door de futuresmarkt verwachte 70 tot 75 dollar, of een aanhoudende crisis richting 130 dollar per vat. Ook onduidelijk is in hoeverre Amerikaanse marine-escortes van tankers effectief zullen zijn tegen Iraanse mijnen, drones en aanvalsboten, een vraag die de komende weken bepalend wordt voor het herstel van het scheepvaartverkeer door de zeestraat.

Bronnen