Het Franse parlement heeft met 291 stemmen voor en 241 tegen een wet aangenomen die hulp bij zelfdoding mogelijk maakt voor volwassenen met een ernstige, ongeneeslijke en levensbedreigende aandoening in een vergevorderd of terminaal stadium. De wet moet nog langs de Constitutionele Raad, waarna premier Sébastien Lecornu delen ervan zal laten toetsen. Verwacht wordt dat de wet begin volgend jaar ingaat, al is dat een verwachting en geen vaststaande datum.
Daarmee voegt Frankrijk zich bij Nederland en België als Europees land met een regeling voor stervenshulp. Interessanter dan dat feit is hoe de Franse procedure verschilt van de twee buurlanden die dit al langer kennen.
Hoe de Franse procedure werkt
Een patiënt moet zijn wens vrij kenbaar maken aan een arts. Die arts consulteert vervolgens en beslist binnen vijftien dagen. Na een bedenktijd van twee dagen dient de patiënt zelf het middel toe; alleen als dat fysiek niet mogelijk is, doet een arts of verpleegkundige dat.
Een Senaatsamendement waarborgt dat medisch-sociale instellingen, inclusief confessionele instellingen, niet verplicht zijn hulp bij zelfdoding of euthanasie uit te voeren. Die gewetensvrijheid voor instellingen is een specifiek Frans compromis, ontstaan tijdens de Senaatsonderhandelingen.
Vergelijking met Nederland en België
In België is euthanasie sinds 2002 alleen toegestaan door een arts, na een vrijwillig, overwogen en herhaald verzoek bij medisch uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Iedere zaak wordt achteraf gemeld aan de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie, die toetst of aan de voorwaarden is voldaan.
Nederland kent geen wettelijk recht op euthanasie. Artsen mogen op principiële gronden weigeren, en de KNMG-richtlijnen en SCEN-consultatie (een systeem van onafhankelijke artsenraadpleging) ondersteunen de besluitvorming zonder dat een patiënt er aanspraak op kan maken.
Frankrijk kiest een derde weg: een procedureel kader met een vaste termijn van vijftien dagen, verplichte bedenktijd en achteraf constitutionele toetsing, gecombineerd met uitdrukkelijke institutionele gewetensvrijheid. Waar België draait om een medisch beoordelingskader met commissietoezicht en Nederland om artsendiscretie zonder wettelijk recht, legt Frankrijk het zwaartepunt bij een tijdgebonden multidisciplinair traject.
Tien jaar wetgeving, drie keer verworpen
Vóór deze wet kende Frankrijk alleen de wet Claeys-Lionetti uit 2016, die het stopzetten van behandeling op verzoek van de patiënt toestaat als overlijden binnen 72 uur wordt verwacht — een vorm van passieve euthanasie. Actieve hulp bij zelfdoding was niet mogelijk, waardoor sommige patiënten naar het buitenland reisden.
President Macron zette het onderwerp jaren geleden op de politieke agenda en liet in 2022 een burgerraad instellen, die adviseerde hulp bij zelfdoding wettelijk te regelen. In mei 2025 keurde de Assemblée nationale een wetsvoorstel al goed, met 305 stemmen voor en 199 tegen — een ruimere meerderheid dan de uiteindelijke 291-241.
Die daling wijst op de impact van drie eerdere Senaatsverwerpingen. In januari 2026 verwierp de Senaat nog het principe van een recht op hulp bij zelfdoding en verving dit door een recht op palliatieve zorg met gewetensvrijheid voor instellingen, wat uiteindelijk als compromis in de definitieve wet terechtkwam.
Kerkelijk verzet en openstaande vragen
Franse katholieke bisschoppen en religieuze leiders van meerdere gezindten publiceerden gezamenlijke verklaringen tegen het wetsvoorstel voorafgaand aan het Senaatsdebat. Zij stelden dat de wet kwetsbaren bedreigt en wezen op tekortschietende palliatieve zorg: volgens de bisschoppen krijgt één op de twee Fransen met recht op palliatieve zorg deze nog altijd niet, en verdwijnt het verzoek om te sterven vaak wanneer die zorg wel beschikbaar is.
Ook in de medische beroepsgroep is niet iedereen overtuigd. Sommige artsen zien hun rol als zorgverlener en niet als uitvoerder van hulp bij sterven; de wet verplicht artsen dan ook niet om mee te werken.
Een aantal zaken blijft onzeker. Niet bekend is hoe de Constitutionele Raad zal oordelen over de aangevochten onderdelen van de wet en of dat de inwerkingtreding vertraagt of wijzigt. Ook is nog niet vastgesteld hoe de praktijk van het multidisciplinaire team en de beoordeling van psychologisch lijden in de uitvoering precies zal verlopen. De exacte datum en uitvoeringsregels voor inwerkingtreding zijn evenmin bevestigd; vooralsnog gaat het om de verwachting dat de wet begin volgend jaar ingaat.
De volgende beslissende stap is daarmee niet politiek maar juridisch: het oordeel van de Constitutionele Raad over de wet, dat bepaalt of en in welke vorm de nieuwe regeling daadwerkelijk in werking treedt.
