Een nieuwe bestelbus, bijscholing van personeel of de verbouwing van een bedrijfspand: mkb-ondernemers stellen dit soort investeringen steeds vaker uit. Dat blijkt uit onderzoek van accountantskoepel SRA. Volgens SRA-bestuurslid Pieter van der Kwaak maakte ongeveer de helft van de mkb’ers in 2025 minder winst dan het jaar ervoor, waardoor er minder ruimte overblijft om te investeren.
De terughoudendheid is niet in alle sectoren gelijk. In de bouw, horeca en retail is minder geld beschikbaar, omdat ondernemers daar naast hogere personeelskosten ook te maken hebben met stijgende inkoopkosten. In de specialistische zakelijke dienstverlening, zoals de advocatuur, spelen gestegen materiaal- en grondstofkosten een kleinere rol, waardoor daar meer financiële ruimte overblijft. Wie wel winst maakt, kiest volgens Van der Kwaak vaker voor sparen dan voor investeren.
Onzekerheid over regels en subsidies
Naast de kostenstijging noemt SRA onzekerheid over regelgeving als factor. Van der Kwaak wijst op de milieuzones die eerst wel en later niet werden ingevoerd in binnensteden: ondernemers die daarop anticipeerden met elektrische busjes, bleven achter met kosten voor een maatregel die uiteindelijk niet doorging. Ook subsidieregelingen bieden weinig houvast, zegt lector mkb-financiering Lex van Teeffelen: succesvolle regelingen raken snel op of worden afgebouwd, waardoor ondernemers moeilijk vooruit kunnen plannen.
Van Teeffelen plaatst de huidige terughoudendheid in een langere lijn: de investeringen in het mkb lopen volgens hem al jaren terug. Hij noemt dat een structureel probleem met gevolgen voor kennis en vaardigheden binnen bedrijven, voor de modernisering van diensten en producten, en voor het concurrentievermogen tegenover buitenlandse bedrijven waar veel mkb’ers naar exporteren.
Die structurele lezing staat niet vanzelfsprekend naast de actuele macrocijfers. Cijfers van het CBS laten voor mei een groei van de goederenexport van 5,5 procent zien ten opzichte van een jaar eerder, vooral gedreven door aardolieproducten en machines en apparaten. De industriële productie lag in mei bijna 5 procent hoger dan een jaar eerder, met de machine-industrie als grootste groeier. Het producentenvertrouwen in de industrie steeg in juni naar het hoogste niveau in bijna vier jaar.
Ook het aantal faillissementen daalde in juni met 4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Maar achter dat totaal gaan grote verschillen schuil. De faillissementsgraad lag in juni juist hoger dan een jaar eerder in de sectoren vervoer en opslag, industrie, horeca en bouwnijverheid, terwijl de specialistische zakelijke dienstverlening relatief stabiel bleef.
Dat patroon komt overeen met wat SRA signaleert: juist de sectoren waar mkb’ers minder financiële ruimte hebben om te investeren, laten ook een hogere faillissementsgraad zien. De aantrekkende export en industriële productie worden voor een belangrijk deel gedragen door de machine-industrie en grotere exporteurs, terwijl bouw, horeca en retail achterblijven. Voor een deel van het mkb blijft de vraag dus niet of de economie aantrekt, maar of dat herstel hun sector wel bereikt voordat de opgebouwde achterstand in kennis, apparatuur en concurrentiekracht zich verder opstapelt.
