FNV maakte bekend dat het in de eerste twee weken van september opnieuw actie voert: een 24-uursstaking op het spoor, stakingen in havens en bij de overheid, en acties zonder staking in de zorg. De exacte datum van de spoorstaking is nog niet vastgesteld. Directe aanleiding is een cao-overleg in het openbaar vervoer dat na vier maanden is vastgelopen, aangevuld met protest tegen kabinetsbezuinigingen op de WW en de WIA.
Wat de aankondiging vooral laat zien, is hoever vraag en aanbod in het OV uit elkaar liggen. Die kloof is groter dan bij eerdere cao-rondes in dezelfde sector en groter dan bij de spoorstakingen van vorig jaar, die eindigden in een akkoord.
Looneis versus bod: de kloof in cijfers
Volgens CNV legde de bond bij de start van het overleg een looneis van 9,5 procent op tafel, verspreid over een cao-looptijd van twee jaar en met een clausule voor eventuele hogere inflatie. Werkgevers in het openbaar vervoer boden daartegenover 2 procent per 1 oktober 2026, bij een looptijd van slechts één jaar. Dat overleg raakt 13.000 werknemers in het openbaar vervoer.
Naast het loonverschil liggen ook de arbeidsvoorwaarden uit elkaar. Werkgevers willen roosters flexibeler maken en de leeftijdsgrenzen voor de zwaarwerkregeling verhogen: van 50 naar 55 jaar, van 61 naar 62 jaar en van 63 naar 64 jaar. Die regeling geeft werknemers vanaf een bepaalde leeftijd nu de mogelijkheid minder te werken; een latere ingangsleeftijd betekent dat werknemers langer op het huidige tempo moeten doorwerken voordat ze daarvan gebruik kunnen maken.
Hoe dit zich verhoudt tot eerdere cao-akkoorden
De vorige OV-cao, die liep van 2025 tot 2026, kwam uit op een totale loonstijging van 6,5 procent over 15 maanden, opgebouwd uit drie stappen van 1,5, 3 en 2 procent. Dat akkoord kwam volgens FNV tot stand tegen de achtergrond van wat de bond destijds omschreef als forse bezuinigingen op het openbaar vervoer, waarbij werkgevers al inzetten op productieverhoging en kostenbesparing.
Een vergelijkbaar conflict speelde vorig jaar bij de NS. Na stakingen in juni 2025 kwam daar een cao tot stand met 4 procent loonstijging per maart 2025 en nog eens 3 tot 3,5 procent per maart 2026. Gemeten tegen die twee eerdere uitkomsten is de huidige looneis van 9,5 procent aanzienlijk hoger, terwijl het werkgeversbod van 2 procent juist lager ligt dan wat in beide eerdere rondes uiteindelijk werd afgesproken. Of de uitkomst van het huidige overleg dichter bij de eis, het bod of een tussenweg zoals bij NS komt te liggen, is op dit moment niet vast te stellen.
Bezuinigingen als bredere aanleiding
De acties in september staan niet alleen in het teken van de OV-cao. FNV voert ze ook vanwege kabinetsplannen om de WW in te korten en de WIA-uitkering te versoberen. Volgens de bond beweegt het kabinet op dit punt niet, wat volgens FNV meespeelt in de keuze om nu ook bij de overheid en in havens actie te voeren.
In de zorg kiest FNV bewust niet voor een staking maar voor andere vormen van actie, om patiënten te ontzien. Voor treinreizigers geldt die terughoudendheid niet: eerdere stakingen op 24 juni legden het treinverkeer in het hele land vier uur lang stil. Bij eerdere stakingsdreigingen greep de rechter overigens in om te voorkomen dat het treinverkeer naar Schiphol volledig werd stilgelegd, wat aangeeft dat niet elke vorm van actie op het spoor juridisch zonder beperking kan worden doorgevoerd.
Een terugkerend patroon sinds 1903
Stakingen op het spoor zijn in Nederland geen nieuw verschijnsel. De spoorwegstakingen van 1903 leidden destijds tot brede erkenning van het stakingsrecht, en in september 1944 legden 30.000 spoormedewerkers het werk neer. Tegen die achtergrond past de aangekondigde actie in september in een mechanisme dat al meer dan een eeuw terugkeert: wanneer cao-onderhandelingen op het spoor vastlopen, wordt de staking ingezet als drukmiddel.
Wat nog niet vaststaat, is of en hoe het cao-overleg in het openbaar vervoer na de zomer wordt hervat vóór de aangekondigde acties, en hoe het kabinet zal reageren op de druk rond WW en WIA. De eerstvolgende beslissende stap is dan ook niet de actie zelf, maar de vraag of werkgevers en bonden er vóór begin september nog uitkomen, en op welke datum de aangekondigde 24-uursstaking op het spoor precies valt.
