Eind jaren 80 liet prins Bernhard in de Biesbosch de eerste bevers los die speciaal uit Oost-Duitsland waren gehaald. Het dier was 150 jaar eerder uit Nederland verdwenen en de herintroductie moest de soort terugbrengen. Dat is gelukt, misschien te goed: de bever graaft en knaagt zich inmiddels een weg door dijken, wegen en spoorbermen, met schade en kosten als gevolg.
Miljoenen euro’s aan herstel
Volgens de Unie van Waterschappen waren de 21 waterschappen in 2019 nog 5 ton kwijt aan beverschade. Vorig jaar was dat al 4,5 miljoen euro. Rob Spit van de koepelorganisatie verwacht dat de kosten verder stijgen. Bij Waterschap Rivierenland gaan faunabeheerders dagelijks op pad om nieuwe holen en burchten op te sporen, voordat die de stabiliteit van dijken, wegen of spoorlijnen aantasten. Coördinator Beverbeheer Kees Schep wijst op de omvang van de opgave: Nederland heeft duizenden kilometers dijk, en die beverbestendig maken kost volgens hem “een vermogen”. Wie die rekening moet betalen, is volgens hem nog niet beantwoord.
Om de aanpak te bundelen is vorig jaar het Kenniscentrum Bever opgericht, met naast de waterschappen ook Rijkswaterstaat, ProRail en het Interprovinciaal Overleg. Projectleider en ecoloog Elze Polman van Zodion Zoogdieronderzoek Nederland benadrukt dat begrip van het diergedrag nodig is: onderzoekers zenderen bevers om te achterhalen waarom ze juist op bepaalde plekken graven. Polman noemt de bever “een supermooi beschermd dier waarmee we willen samenleven”, maar erkent dat de risico’s urgent zijn.
Een burcht onder het huis
Hoe ingrijpend de gevolgen voor individuele bewoners kunnen zijn, illustreert het verhaal van Sierra van Brunschot in Nijmegen. Ze zag haar kersenboom op een dag twee meter verplaatst in de tuin, nadat een bever vanuit een nabijgelegen watertje een burcht onder haar woning had gegraven. Haar huis is inmiddels instabiel verklaard: de voorgevel wijkt, dakpannen staan bol en een kozijn is scheef gezakt. Ze is niet de enige in de wijk; een bewonerscollectief van vijftig gedupeerden is opgericht. Van Brunschot schat de herstelkosten op een ton en voert nog een juridisch gevecht over wie dat moet betalen. Ze hoopt zich bij haar verzekering te kunnen beroepen op een vandalismeclausule. Zelf zegt ze niet tegen het dier te zijn, maar wel tegen de overlast; met haar 13-jarige zoon slaapt ze inmiddels zo weinig mogelijk in het huis.
Afschot als uiterste maatregel
Wanneer een bever aantoonbaar gevaar veroorzaakt, kan een provincie een afschotvergunning verlenen, waarmee het beschermde dier gedood mag worden. In Zuid-Holland is recent zo’n vergunning afgegeven voor een probleembever. In Gelderland werden in de winter van 2022/2023 vijf bevers gedood, in Noord-Brabant vier in 2024. Limburg gaat het verst: waar in 2019 nog negentien bevers werden afgeschoten, was dat aantal in 2024 al gestegen tot 180. Gedeputeerde Léon Faassen van Natuur laat onderzoeken hoeveel bevers Limburg precies herbergt en hoeveel de provincie er nog aankan, terwijl de kosten voor schadeherstel blijven stijgen. Herplaatsing van dieren naar andere provincies is voor Limburg geen uitweg meer, omdat daar geen interesse bestaat om Limburgse bevers over te nemen. Faassen vraagt zich af hoelang de huidige situatie houdbaar is, en adviseert andere provincies alvast na te denken over wat te doen als de bever zich ook daar sterker laat zien.
