Lage waterstand in een Nederlandse rivier tijdens een droge periode
Openverse
Klimaat

Waterschappen willen Europese regels tegen ‘restje rivierwater’ voor Nederland

De Unie van Waterschappen wil bindende Europese regels voor waterverdeling, omdat Nederland als laatste land in stroomgebieden nu vaak met te weinig water overblijft.

De Unie van Waterschappen roept op tot strengere Europese regels voor de verdeling van rivierwater. Nederland ligt aan het einde van de grote Europese stroomgebieden en krijgt daardoor in droge periodes vaak alleen het water dat andere landen overhouden, zegt voorzitter Jeroen Haan van de Unie tegen Trouw, dat als eerste over het pleidooi berichtte.

“De andere landen doen hetzelfde als wij doen, namelijk in tijden van hitte en droogte kijken hoe ze kunnen omgaan met het beschikbare water”, aldus Haan, die ook dijkgraaf is van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. “Zij hebben eenzelfde opgave als wij, alleen wij zitten aan het einde van de rivier.”

Vroege gletsjersmelt en droogte

De oproep komt op een moment dat de Nederlandse rivieren onder druk staan. Door de vroege afsmelt van Europese gletsjers in het voorjaar en aanhoudende droogte worden deze week steeds meer problemen op de rivieren gemeld. Zo houdt Zwitserland volgens Rijkswaterstaat momenteel water vast voor eigen gebruik, wat direct doorwerkt in de hoeveelheid water die Nederland ontvangt.

Er bestaan al afspraken over waterverdeling via een landencommissie, die per rivier regelingen treft. Volgens de Unie van Waterschappen zijn die afspraken echter niet bindend genoeg. Zij pleit ervoor dat de Europese Commissie dit gat opvult met eigen regelgeving.

Ook voordelen voor bovenstroomse landen

Haan benadrukt dat strengere Europese afspraken niet alleen in het belang van Nederland zouden zijn. “We zien dat het voor heel Europa urgenter wordt, want het wordt heter en het wordt droger”, zegt hij. Tegelijk worden natte periodes in Europa juist natter door klimaatverandering, wat volgens de Unie ook regels over waterberging bij overvloed nodig maakt.

Als voorbeeld noemt Haan de kraters die in Duitsland zijn ontstaan door voormalige bruinkoolmijnen. Er liggen plannen om daar meren van te maken. “Dan zou het heel handig kunnen zijn om afspraken te maken zodat zij die kunnen gaan vullen op het moment dat er heel veel water in de rivieren zit”, aldus Haan. “En als er dan weinig water is, kunnen zij dat weer voor een deel doorvoeren.”

De Unie van Waterschappen wijst er wel op dat Nederland niet alleen naar Europa moet kijken tijdens de huidige droogte. “We zullen zeker ook als Nederland onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen”, zegt Haan. Dat betekent volgens hem dat Nederland zelf water moet opvangen en vasthouden in droge periodes, en ruimte moet reserveren om tijdelijk water te bergen wanneer het juist heel veel regent.

Bronnen