Rijkswaterstaat, de waterschappen en andere waterbeheerders maakten op 16 juli 2026 bekend dat Nederland een ‘feitelijk watertekort’ heeft: niveau 2 op de nationale schaal, na opschaling vanaf niveau 1 op advies van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW). In Limburg geldt vanaf de volgende ochtend 08.00 uur fase rood, de zwaarste maatregel: vrijwel niemand mag daar nog oppervlaktewater onttrekken. Uitzonderingen gelden alleen voor zaken als bluswater en drinkwater voor koeien.
Achter die maatregel gaat een structureel probleem schuil. Nederland ligt aan het einde van de rivieren Rijn, Maas, Schelde en Eems en heeft daardoor weinig grip op hoeveel water er daadwerkelijk aankomt. Het huidige tekort laat zien hoe die positie in de praktijk uitpakt.
Rivierafvoeren op het niveau van 1976
De Rijnafvoer daalt medio juli naar verwachting naar 800 tot 850 kubieke meter per seconde, meldt waterschap Aa en Maas. Zo’n lage afvoer in juli kwam volgens die bron sinds het begin van de metingen slechts één keer eerder voor: in 1976, het jaar dat in Nederland geldt als referentiepunt voor extreme droogte.
Bij Sint Pieter, waar de Maas Nederland binnenstroomt, daalt de afvoer naar verwachting tot onder de 25 kubieke meter per seconde, aanzienlijk lager dan gemiddeld. Daarnaast bedroeg het landelijke neerslagtekort in juni 2026 al 133,85 mm, aldus het Drinkwaterplatform. Dat cijfer wordt door die bron niet vergeleken met eerdere jaren, maar wel gekoppeld aan toenemende druk op de drinkwatervoorziening.
De verdringingsreeks bepaalt wie voorrang krijgt
Bij een feitelijk tekort is niet elke watergebruiker gelijk. Nederland werkt met een vaste volgorde, de verdringingsreeks, die vooraf vastlegt welke functies bij schaarste voorrang krijgen. Veiligheid en droogtegevoelige waterkeringen staan boven aan die lijst, gevolgd door drinkwater- en energievoorziening. Pas daarna komen sectoren als landbouw en scheepvaart in beeld.
Minister Harbers besloot volgens H2O Waternetwerk dat de waterverdeling voor de komende weken niet langer via de LCW verloopt, maar via het Managementteam Watertekorten. Dat orgaan kan volgens diezelfde bron sneller en met meer regionaal maatwerk beslissen dan de reguliere structuur. Rijkswaterstaat overweegt daarnaast de stuw bij Hagestein in te zetten om extra zoet water via de Lek naar West-Nederland te sturen, met als doel verzilting van rivierwater door binnendringend zeewater tegen te gaan.
Die verzilting is een reëel risico: in West-Nederland neemt het volgens H2O Waternetwerk en de Unie van Waterschappen toe, omdat lage rivierafvoeren minder zoet water bieden om de opdringende zee terug te dringen. Flevoland kent volgens diezelfde bronnen op dit moment nog geen tekort, wat het regionale contrast binnen Nederland onderstreept: fase rood in Limburg staat naast een vooralsnog ongestoorde situatie elders.
Nederland heeft geen zeggenschap over de kraan
Het onderliggende probleem is dat Nederland niet kan bepalen hoeveel water stroomopwaartse landen vasthouden of gebruiken. Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en België bepalen mede hoeveel Rijn- en Maaswater uiteindelijk de grens oversteekt, en Nederland heeft daarin geen stem, stelt Foodlog.
De Unie van Waterschappen pleit daarom voor bindende Europese afspraken over de verdeling en kwaliteit van rivierwater. De redenering van die belangenorganisatie is dat Nederland als laagstroomland afhankelijk is van wat er nog overblijft nadat andere landen hun deel al hebben gebruikt.
Voor de scheepvaartsector heeft de huidige situatie directe gevolgen: lagere waterstanden betekenen langere wachttijden bij sluizen en minder lading per schip, terwijl de prioritering in de verdringingsreeks richting veiligheid en verziltingsbestrijding gaat, niet richting vaarwegen.
Hoeveel druk er precies op de drinkwatervoorziening staat, blijft lastig te duiden. Het Drinkwaterplatform nuanceert dat de drinkwatervoorziening tijdens eerdere droogteperiodes niet in direct gevaar is geweest, ook al staat drinkwater hoog in de verdringingsreeks. Ook is niet volledig duidelijk hoe vaak niveau 2 eerder werd bereikt: H2O Waternetwerk noemt 2018 en 2011 als de laatste keren, terwijl NOS spreekt van augustus 2022. Die tegenspraak maakt het moeilijk om de huidige situatie scherp te plaatsen tegenover eerdere jaren.
Onbekend is verder hoe lang de droogte aanhoudt en of opschaling naar niveau 3, een landelijke crisis, nodig wordt. Ook de precieze regionale maatwerkafspraken die per waterschap volgen op de overstap naar het Managementteam Watertekorten liggen nog niet vast. De komende weken bepaalt dat team, in plaats van de gebruikelijke LCW, hoe het resterende rivierwater over veiligheid, drinkwater, landbouw en scheepvaart wordt verdeeld.
